wijn emancipatieHet gaat echt over wijn, wees niet bang!

Voor ik over Keizer Marcus Aurelius Probus ga vertellen zal ik eerst de situatie beschrijven zoals Frankrijk er in de 1e eeuw v Chr. uitzag.

Belgae, Kelten en Romeinen

In het noorden werd een deel van Frankrijk beheerst door de Belgae (België).
Het midden werd bevolkt door onafhankelijke Keltische stammen.
Het zuiden door Griekse kolonisten, vooral afkomstig van de Ionische stad Phocaea, zij stichtten langs de Mediterrane kust, de Provence en de Languedoc diverse nederzettingen, met als belangrijkste en machtigste stad Massilia (Marseille).

Vanwege het gewelddadige karakter van de Keltische stammen die invallen deden in het zuiden, werd vaak de hulp van de Romeinen ingeroepen en in 121 voor Chr. was heel Zuid-Frankrijk onder controle van de Romeinen. Maar er moest ook handel worden gedreven, met name via de Rhône naar Keltisch grondgebied. Door deze handel waren er door de Grieken wijnstokken in Gallië ingevoerd. Er waren twee gebieden waar de wijn werd gecultiveeerd. Rond het gebied van de Gironde (Bordeaux) waar de Keltische stam de Bituriges Vivisques de wijn cultiveerde en tussen Dijon en Beaune, de latere Côte-d’Or, dit gebied werd Pagus Arebrigus genoemd en was onder controle van de Keltische stam de Aedui. Hun hoofdverblijfplaats was  de Mont Beuvray 20 km ten oosten van het huidige Autun. De Mont Beuvray is een heuvel van ca. 800 m hoog, waar zo’n 10.000 Kelten woonden. Het was een zeer belangrijke schakel in de handel van zuid naar noord en west Frankrijk. Zeer interessant voor een bezoek, want op deze heuvel zijn op dit moment grote archeologische opgravingen te zien.

Toen In 52 v.Chr. Julius Ceasar heel Frankrijk onder Romeins bewind plaatste, verjoeg Ceasar de Aedui van de Mont Beuvray en stichtte 20 km verderop Augustodunum (Autun), naar een voorbeeld van Rome. In Augustodunum werd het bekende rechte Romeinse roosterachtige wegennet aangelegd. Agrippa kreeg de heerschappij van Keizer Augustus. Hij liet de bekende “Heerbanen” aanleggen. Nu nog steeds zijn er de Route de Letitia (Paris), naar het noorden, route de Bâle (Basel), naar het oosten, route de Nebimum (Nevers), naar het westen, en route de Lugdunum (Lyon), naar het zuiden te bewonderen. Allen bekend onder de naam “Voix Agrippae”.

Wijnverbod

De Romeinen en de Grieken zagen hun wijnhandel in gevaar komen door de expansie van de Aedui en probeerden hun handel te dwarsbomen. De Aedui vignerons van de Pagus Arebrignus werd geleid vanuit de stad Augustodunum en het wijngebied lag ten noorden en ten westen van de stad Beaune. Deze stad lag op de route naar Besancon, Trier en Basel, langs de belangrijke waterwegen de Saône en de Rhône. Keizer Titus Flavius Domitianus (81 tot 96 v.Chr) verbood uiteindelijk de wijnbouw in Frankrijk zodat de Romeinen grip kregen op de situatie. Na de (bloedige) episode van het bewind van Domitianus, belanden we in derde eeuw.

Wijn - ProbusProbus

We komen eindelijk bij Marcus Aurelius Probus, de Romeinse keizer die van 276-282 v.Chr. regeerde. Een man naar mijn hart. Hij, Probus, nam stelling tegen zijn voorgangers. En herstelde het recht om wijnstokken aan te planten in heel Gallië. Een revolutie die het wijnlandschap  voorgoed zou veranderen in de wijngaarden van de Bourgogne en Bordeaux. Dat dit niet onopgemerkt bleef in Rome was duidelijk en deze ontwikkeling werd omschreven als “prestigieuze wijn ex nihilo”. Wijn uit het niets dus. Dat de oorsprong van bijna 4 eeuwen eerder dateerde was hun ontgaan!

De wijn uit Gallië was inmiddels zo beroemd geworden, dat Keizer Constantijn in 312 de stad Augustodunum vereerde met een bezoek om zich persoonlijk op de hoogte te stellen. Hij prees de Aedui vignerons van de Pagus Arebrignus, en roemde de beroemde wijngaard op de Côte de Nuits en Beaune (Pagus Arebrignus)  later bekend als de Côte-d’Or. Er waren verschillen in methodes van de wijnbouw en al snel werden die meegenomen naar Italië. Zo ontdekte men in Italië dat de Galliërs hun wijn bewaarden in houten vaten terwijl zij, de Grieken en Romeinen, de wijn in hun welbekende amphoren bewaarden. (26,2 ltr).

De wijnhandel werd verplaatst naar Dijon/Beaune en Macon.  Augustodunum werd eeuwen later Autun: een sub-prefectuur,  en het verloor zijn status als producent van deze verrukelijke wijnen. Nagenoeg in heel Frankrijk werd getracht wijn te verbouwen vanwege de rijkdom die het met zich meebracht. Natuurlijk lukte dat niet overal, want wijn was afhankelijk van een goede “terroir dit begrip staat voor het totaal van de omgeving van de druivenstok: bodem, microklimaat, natuurlijke waterhuishouding en niet te vergeten het vakmanschap van de vignerons.”

De noord grens van de wijnbouw was Reims waar de enigszins zure wijn vandaan kwam wat later de Champagne streek werd omdat er 5 gram rietsuiker, citroenzuur en gist aan toegevoegd werd. Deze uitvinding is waarschijlijk gedaan door de monnik Dom Pérignon.

Dus om kort te gaan, Keizer Probus is dus verantwoordelijk voor al die heerlijke wijnen die wij hier in ons geliefde Frankrijk kunnen drinken. Dus: geen Probus, geen wijn! Een man naar mijn hart!

Nog geen reacties

Laat een reactie achter

Your email address will not be published.