Infographic: Geschiedenis van wijn in Zuid-Afrika

Via DimitraTzanos

Deze week geen filmpje, maar een mooie infographic over de wijngeschiedenis van Zuid-Afrika. Volgende week gaan we weer verder met de filmpjes!

De Wijngeschiedenis van Zuid-Afrika

De grondlegger van de wijnbouw in Zuid-Afrika is Jan van Riebeeck. In 1652 stichtte hij, in opdracht van de VOC, een verversingspost op Kaap de Goede Hoop. Deze verversingspost werd opgericht ter bevoorrading van handelsschepen die op weg naar waren naar Nederlands Oost-Indië of juist weer op de terugweg.

In 1656 plant Jan van Riebeeck de eerste druivenstokken in de tuinen van de VOC op de Kaap. In 1659 kunnen daar de eerste wijnen van gemaakt worden. De eerste jaren verloopt het produceren van wijn moeizaam. De wijnen zijn gewoon echt niet lekker en er heerst veel onkunde. Daar komt verandering in met de komst van Simon van der Stel, Van Riebeecks opvolger, in 1979.

Pas onder het bewind van zijn opvolger Simon van de Stel worden de eerste kwaliteitswijnen geproduceerd. Van de Stel, botanicus en groot wijnliefhebber, plant als eerste druivenstokken op de wijngaarden in Constantia. Van de Stel wordt ook beschouwd als één van de grondleggers van de wijnbouw in Zuid-Afrika.

De eerste jaren verliep het verbouwen van druiven moeizaam, vooral vanwege hun onkunde op dit gebied. Hier kwam verandering in toen Simon van der Stel, Van Riebeecks opvolger, in 1679 arriveerde. Van der Stel was niet alleen een enthousiast, maar ook een kundig wijnmaker. Hij legde een wijngaard aan op zijn boerderij in Constantia en slaagde er meteen in goede wijn te maken. Later is Constantia overgenomen door de familie Cloete en hun wijnen zijn wereldberoemd geworden. Constantia wijn wordt nog steeds beschouwd als een van de beste wijnen ter wereld. De Nederlanders hadden in die tijd weinig kennis en ervaring in huis op dit gebied en de wijnindustrie begon pas echt te bloeien nadat de Franse hugenoten zich tussen 1680 en 1690 in de Kaap vestigden.

Wijngeschiedenis Zuid-AfrikaFranse Hugenoten in Zuid-Afrika

Aan het eind van de 17e eeuw komen de Hugenoten op de vlucht voor de Franse koning in Zuid-Afrika aan. De reden dat deze Hugenoten naar Zuid-Afrika kwamen, heeft te maken met het feit dat Zuid-Afrika in Nederlandse handen was. In Nederland heerste godsdienstvrijheid en hadden de Hugenoten dus niets te duchten.

Met de komst van deze Hugenoten, komt er ook de nodige kennis van de wijnbouw Zuid-Afrika binnen en gaat de ontwikkeling van de wijnbouw veel sneller.  176 Franse Hugenoten krijgen vooral land in de Franschhoek (een dorp in de gemeente Stellenbosch, gelegen in de Zuid-Afrikaanse provincie West-Kaap) toegewezen. Maar hoewel de Fransen de kennis wel hadden, hadden ze de financiële middelen niet om wijn (van hoge kwaliteit) te produceren. Niet alleen ontbrak het de Fransen aan geld, maar ook aan kwaliteitsvaten voor het bewaren van wijn ontbraken (zo werden er bijvoorbeeld om toch wijn te kunnen bewaren, vaten gebruikt die daarvoor dienst hadden gedaan om het vlees te pekelen). De enige wijn die wel van goede kwaliteit was, was de (zoete) wijn uit Constantia.

19e en 20e eeuw

Aan het begin de 19e eeuw komen de Engelsen naar Zuid-Afrika en bezetten het land. Met de komst van de Engelsen breekt er een enorme bloei van wijnbouw aan. De Engelsen vormen immers een hele nieuwe afzetmarkt. Deze bloei houdt dan ook op als de Engelsen van de Zuid-Afrikaanse bodem verdwijnen.

Als dan in 1886 de gevreesde druifluis (phylloxera) ook Zuid-Afrika opduikt, die alle wijnstokken verwoest. Overigens was deze druifluis niet alleen een ware plaag in Zuid-Afrika, maar ook in Europa ging het beestje goed te keer en een groot deel van de Europese wijngaarden werd vernietigd (in Frankrijk wel zo’n 70 procent van alle planten (1870)).  Men ontdekt dat de wijnrankfamilies in Noord-Amerika, in tegenstelling tot die van Europa en Zuid-Afrika, wel resistent zijn en Europese wijnboeren beginnen dan ook met het importeren van wortelstokken uit Noord-Amerika en het enten van Europese varianten.

Zuidafrikaanse druivenDoor het verbouwen met de geënte stokken ontstaan er aan het begin van de 20e enorme overschotten. De Zuid-Afrikaanse regering besluit dan ook, in 1918, tot het oprichten van de Ko-operatieve Wijnbouwers Vereniging (KWV) op te richten, wat ervoor moet zorgen dat er halt werd toegeroepen aan deze overproductie, de steeds dalende kwaliteit en werden de prijzen gestabiliseerd.

Als in 1925 Professor Abraham Izak Perold de druiven pinot noir en cinsaut (toen hermitage genoemd) kruist, wordt het typisch Zuid-Afrikaanse druivenras, de pinotage geboren.

In de 20e eeuw groeit de bekendheid en kwaliteit van de Zuid-Afrikaanse wijnen gestaag en met de opheffing van de apartheid komen er nieuwe impulsen voor extra investeringen in de nieuwbouw. Het gevolg is dat door deze nieuwe impulsen ook een ‘ommekeer’ plaatsvindt: de wijnbouw wordt gemoderniseerd door onder andere nieuw plantmateriaal en betere fusten.

Nog geen reacties

Laat een reactie achter

Your email address will not be published.